Sharon (16) kreeg op haar dertiende te maken met een scheiding van haar ouders. Ze bleef met haar zusje bij hun moeder wonen. Regelmatig bezochten beide zussen hun vader, die inmiddels samenwoonde met zijn nieuwe vriendin. De bezoeken deden Sharon geen goed. Integendeel, ze voelde verdriet, maar ze kon zich niet uiten en raakte steeds meer in de war.

Ze was in die periode al in behandeling bij Manon, maatschappelijk werkster bij De Kern Maatschappelijke Dienstverlening, om de scheiding te verwerken. "Het komt wel weer goed”, zei Sharon vaak, om de gesprekken vooral luchtig te houden. Kwam het ook goed? 

Gevoelig 
Ze voelde zich tekort gedaan tijdens die bezoeken aan haar vader.  “Vooral als mijn vader zo vol begrip sprak over de kinderen van zijn vriendin. Daar moest ik vooral heel voorzichtig mee zijn, want ach, het waren zulke gevoelige kinderen, zij hadden zoveel meegemaakt.” En Sharon dacht: "Maar ík dan, ben ík niet gevoelig, heb ík dan niks meegemaakt?” Het deed haar verdriet, maar dat hield ze binnen, ze kon zich niet uiten. En haar vader zag het niet, die was met zijn eigen problemen bezig.  

Lichamelijke pijn als afleiding 
Sharon gaat verder: “Ik hield in die tijd een dagboek bij. Dat was een soort vertrouweling geworden. Ik kon het allemaal niet zeggen, maar wel opschrijven. Ik schreef over mijn grootste angsten, over dat ik het leven niet meer zag zitten, over dat ik mij met een mes in mijn arm sneed. Jazeker, dat deed pijn. Maar het was concrete pijn, ik wist ook waardoor het kwam, ik deed het zelf. Dus was het minder erg dan de pijn van binnen, waarvan ik niet wist waar die vandaan kwam.” Op zeker moment scheurde ze gewoon de bladzijde eruit waar dat allemaal op stond.  

Een keerpunt 
De volgende dag ging ze weer naar Manon. Ze nam de uitgescheurde bladzij mee. “Ik wist zelf niet wat ik ermee van plan was, maar ineens, midden in het gesprek, gaf ik haar dat volgeschreven blaadje.” Manon las het en schrok. Want ze las dingen waarover Sharon tijdens de behandeling nooit had gepraat. “Nee, ik had niet verteld dat ik me zo ongelukkig voelde. Nooit verteld over het snijden, of over de zelfmoordgedachten. Ik kón daar niet over praten.”  

Manon besefte onmiddellijk de ernst hiervan. Ze maakte een noodplan, waarschuwde  haar moeder en regelde een verwijzing naar Jeugd ggz. Sharon kwam nu in therapie bij Sietske.  

Positieve herinneringen  
Dat werd een intensieve behandeling. Samen met Sietske werkte Sharon vooral aan haar zelfbeeld. Ze voelde zich vaak waardeloos, het was nooit goed genoeg wat ze deed. In de therapie leerde ze om zichzelf te accepteren zoals ze was. Ze hoefde niet perfect te zijn. Ze kreeg van Sietske ook huiswerk mee. De eerste opdracht herinnert Sharon zich nog goed: “Ik moest, beginnend met mijn 13e jaar, van ieder jaar één positieve herinnering vertellen. Dat viel niet mee, want ik ben veel beter in negatieve herinneringen." Maar het lukte haar wel. Er volgden nog diverse opdrachten en gesprekken, en gaandeweg ging ze zich beter voelen. Ze kreeg meer rust in haar hoofd en het lukte steeds beter om haar negatieve gedachten te vervangen door positieve, ze leerde om met een meer realistische blik naar zichzelf te kijken.  

Nu is Sharon zover dat een afronding van de therapie in zicht komt. Dan kan ze terugkijken op een tijd die wel heel moeilijk was, maar die voor haar van grote betekenis is geweest. Ze durft nu vol overtuiging te zeggen: “Ja, het komt weer goed met mij." 

 

 

Sharon is een pseudoniem. Het meisje op de foto is niet Sharon.